Manifest ‘Naar een skillsgerichte arbeidsmarkt’: ontwikkelingen EVC
Een reactie op de recente ontwikkelingen en berichtgeving rondom EVC-trajecten in het licht van het manifest Naar een skillsgerichte arbeidsmarkt.
Op deze pagina:
EVC-trajecten in het nieuws
De recente ontwikkelingen en berichtgeving rondom het systeem van Erkenning van Verworven Competenties (EVC) maken opnieuw duidelijk hoe belangrijk het is dat vakmanschap, kwaliteit en veiligheid altijd voorop staan. Daarom lichten wij onze visie hierop toe. Dit houdt namelijk ook verband met het manifest ‘Naar een skillsgerichte arbeidsmarkt in Zorg en Welzijn’, dat diverse organisaties, waaronder deelnemers van Utrechtzorg, recent hebben ondersteund. Kwaliteit staat niet ter discussie, maar stilstand is ook geen oplossing.
Deze situatie laat zien dat het huidige stelsel in de praktijk tekortgeschoten is. We bevinden ons in een arbeidsmarkt die onder grote druk staat. Zij-instroom en het erkennen van eerder verworven competenties zijn essentieel om talent te behouden én te vergroten. Wanneer instrumenten om vakmanschap aantoonbaar zichtbaar te maken wegvallen, zonder dat er robuuste alternatieven beschikbaar zijn, neemt die spanning verder toe.
Skillsgerichte arbeidsmarkt
Dit is waar het manifest ‘Naar een skillsgerichte arbeidsmarkt in Zorg en Welzijn’ voor staat: een arbeidsmarkt waarin mensen kunnen leren en bijdragen op basis van wat zij kunnen en willen, niet uitsluitend op basis van formele papieren. Maar altijd met een transparante en betrouwbare borging van kwaliteit.
Skillsgericht werken is geen versoepeling van kwaliteitseisen. Integendeel. Het vraagt om heldere standaarden, stevige beoordeling en/of toetsing en gezamenlijke verantwoordelijkheid in de keten van leren, valideren, erkennen en inzetten. Bekwaamheid moet aantoonbaar zijn. Kwaliteit moet aantoonbaar en/of toetsbaar zijn. Vertrouwen moet verdiend en geborgd worden.
Systeemverandering
De verantwoordelijkheid voor inzetbaarheid en bekwaamheid hoort in de kern bij de werkgevers en professionals zelf te liggen. Dat betekent ook dat wij de borging van kwaliteit bij de organisaties zelf willen verankeren. Externe toetsing kan ondersteunen, maar mag nooit de plaats innemen van interne professionele verantwoordelijkheid. Dus niet primair vertrouwen op externe of commerciële aanbieders van certificaten, maar op professioneel leiderschap, interne kwaliteitsstructuren en aantoonbare praktijkbeoordeling.
De huidige situatie rondom EVC maakt zichtbaar waar het schuurt in het systeem:
- Kwaliteit en flexibiliteit moeten hand in hand gaan
- De bedoeling om eerder verworven competenties zichtbaar te maken is waardevol, maar de inrichting van het proces en het toezicht daarop bleek kwetsbaar voor misbruik
- Toezicht, certificering en uitvoering moeten daarom beter op elkaar aansluiten
- Wettelijke kaders, zoals verplichte BIG-opleidingsuren, beperken in een aantal beroepen de ruimte om opleidingen flexibeler of versneld in te richten, terwijl de arbeidsmarkt daar juist om vraagt
- We moeten het fundamentele gesprek voeren over hoe én door wie we vakmanschap betrouwbaar en toekomstbestendig kunnen aantonen en valideren
Het antwoord ligt niet in een terugkeer naar uitsluitend diplomagerichte routes. Ook vandaag bestaan er certificaten en deelopleidingen. De opgave is om te komen tot systeemverandering en een stelsel dat wendbaar én stevig is, waarin verschillende vormen van leren en erkennen elkaar versterken. Dat ruimte biedt voor ontwikkeling en innovatie, maar misbruik uitsluit.
De huidige situatie benadrukt niet alleen de kwetsbaarheid van het stelsel, maar ook de noodzaak om samen te werken aan een betere, toekomstbestendige manier van valideren. Hoe zorgen we ervoor dat mensen aantoonbaar kunnen maken wat zij kunnen en nog nodig hebben om inzetbaar te zijn? Hoe ontwerpen we een systeem dat zowel fraudebestendig als toegankelijk is?
Dat vraagt om gezamenlijke ontwerpprincipes en transparante standaarden en dat vraagt om een stevige samenwerking tussen ministeries, toezichthouders, onderwijs, werkgevers(organisaties), brancheorganisaties en financiers. Precies die gezamenlijke opgave hebben wij met het manifest onder de aandacht gebracht.
Concrete acties
In januari 2026 hebben we het manifest onder de aandacht gebracht bij vertegenwoordigers van VWS, OCW en SZW. Ook heeft er in februari een sessie plaatsgevonden met de drie ministeries.
Daarnaast richten we vanuit ons samenwerkingsverband RegioPlus een landelijke werkgroep skills in, waarin de 12 regionale werkgeversorganisaties (waaronder Utrechtzorg) vertegenwoordigd zijn. Hierin:
- Worden systeemparadoxen uit het manifest verdiept en vertaald naar concrete acties, waarbij in kaart wordt gebracht waar versnelling of verbinding mogelijk is
- Gaan we in gesprek met aangesloten organisaties en onderwijspartners over de grootste hindermachten. De opbrengsten worden vertaald naar een analyse van branchespecifieke en sectoroverstijgende knelpunten. Dit vormt input voor verdere gesprekken met ministeries en andere stakeholders.
- Worden regionale en landelijke ontwikkelingen rondom skills (zoals skillsmatching en skillsscans) inzichtelijk en toegankelijk gemaakt. Zo bundelen we krachten die de beweging naar een skillsgerichte arbeidsmarkt versnellen.
Vanuit RegioPlus worden er daarnaast zowel op bestuurlijk als beleidsmatig niveau gesprekken gevoerd met de MBO Raad en Vereniging Hogescholen. Deze zullen in maart en april plaatsvinden. De gesprekken hebben als doel te komen tot een gezamenlijk standpunt en verkenning waar samenwerking rondom het manifest mogelijk is.
Meer weten?
Neem contact op met onze verbinder.
"*" geeft vereiste velden aan